|
|
|
Op dit moment zijn er 0 vacatures gepubliceerd. |
|
Op deze pagina vindt u informatie over (internationale) ontwikkelingen in de samenleving die wij interessant vinden, en graag met u delen.
|
06 09 2010: De USA en India lopen kans om niet mee te kunnen komen met de groei van de Aziatische economie volgens Evan Feigenbaum, head Asia Group at Eurasia Group and is adjunct senior fellow for Asia at the Council on Foreign Relations, Washington DC.
- "Even as America’s security role remains the backbone of strategic stability, the economic pillars of US credibility are eroding across Asia"
- "Economic content is essential. Greater economic content to India’s relations with East Asia will be required"
- "Take Southeast Asia. From 2000 to 2009, China’s share of Asean’s total trade increased threefold, surpassing that of the US, whose share declined by a third in the same period. Meanwhile, when the dust settles from the current financial crisis, the character of economic globalisation may be significantly changed with respect to capital flows, production chains and trade patterns. Asian countries are moving forward together in various ways — on trade, financial arrangements, technical standards and investment rules. And increasingly, they are moving forward on a pan-Asian basis and without Washington."
- "11.6 per cent of Asean’s trade is with China, just 2.5 per cent with India. Meanwhile, the backbone of East Asian economies remains integrated supply and production chains to which India is largely irrelevant."
Zie voor het gehele Engelstalige artikel: Business Standard |
31 augustus 2010: Sinds de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter en de Wet Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003, is het financieel belang van de werkgever bij een goed functionerende bedrijfsarts aanmerkelijk toegenomen.
Na twee jaar ziekte vervalt de loondoorbetalingsverplichting bij de werkgever. De werknemer kan dan een WIA-uitkering aanvragen. Bij de aanvraag van een WIA-uitkering, past het UWV de zogenaamde Poortwachterstoets toe. Het UWV beoordeelt dan of de werkgever en de werknemer voldoende re-integratieinspanningen hebben verricht. Wanneer de werkgever tekort is geschoten in de re-integratieverplichtingen of onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, legt het UWV de werkgever een loonsanctie op. Dit houdt in dat de loonbetalingsverplichting tijdens ziekte van twee jaar naar drie jaar wordt verlengd.
Het tekortschieten in de re-integratie of het onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen kan worden veroorzaakt door een foutief oordeel van de bedrijfsarts. Hoewel de werkgever moet kunnen vertrouwen op de kundigheid van de bedrijfsarts, is het de werkgever die voor de financiële gevolgen opdraait indien de bedrijfsarts een fout oordeel geeft. Immers niet de bedrijfsarts maar de werkgever is loon aan de zieke werknemer verschuldigd. De werkgever kan wel de betrokken bedrijfsarts aansprakelijk stellen.
Voorkomen is echter beter dan genezen. Wanneer de werkgever enige twijfel heeft over het verloop van de re-integratie van de zieke werknemer, is het verstandig om een deskundigenoordeel bij het UWV te vragen, of een arbeidsdeskundige te raadplegen. Hiermee kan de werkgever een eventuele toekomstige loonsanctie voorkomen.
Een deskundigenoordeel van het UWV blijft een goede toetsing om te kijken of de bedrijfsarts zijn werk wel goed doet, maar ook of je zelf alle nodige stappen goed hebt onderzocht. De kosten van €50,- wegen uiteraard niet op tegen een eventuele loonsanctie.
Bron: HR Base
|
Gallup meet dagelijks het sentiment van de Amerikaan in Main Street. En dat sentiment wijkt aanzienlijk af van het gejuich dat dagelijks van Wall Street komt. Het meest interessante sentiment is hoe de gemiddelde Amerikaan tegen de ontwikkeling van de economie aankijkt. Kort na de val van Lehman Brothers was het sentiment buitengewoon negatief; tussen de 80 – 90% van de Amerikanen dacht (terecht) dat de economie zou verslechteren. In april 2009 was dat vooruitzicht weliswaar verbeterd; maar nog steeds dacht meer dan de helft van de Amerikanen dat het met de economie slechter zou gaan.
En sinds april 2009 is dat sentiment dus niet veranderd. Al meer dan 12 maanden is volgens 50% – 60% van de Amerikanen de economie nog altijd niet aan de beterende hand. En dat terwijl banken, verzekeraars en alle overheidsdiensten hun uiterste best doen om te laten geloven dat het beter gaat. Maar het lijkt er niet op dat de consument zich nog langer laat bedotten. Wanneer iets voelt als een recessie, ruikt als een recessie en zich gedraagt als een recessie, dan moet het toch nog steeds een recessie zijn?
En daarmee gedraagt de Amerikaanse consument zich voor het eerst in tijden verstandiger dan haar overheid. Die nog altijd haar schuld en begrotingstekort onverstoord laat oplopen naar astronomische hoogtes. De consument is zich daarentegen aan het wapenen voor de slechtere tijden waarvan 60% denkt dat die nog altijd op komst zijn. Zou er wisdom in the crowds zijn? Ik denk het wel… Bron: Recruitment Matters |
| Het marktaandeel van Radio 538 steeg van 9,2 procent in december/januari naar 10,5 in januari/februari. Daarmee is de radiozender weer terug op het niveau van voor de decembermaand. Radio 2 en Sky Radio zien hun marktaandelen fors zakken. Voor de cijfers verwijzen we naar deze pagina van medianed. |
23 04 2010: Voor het eerst kwam Eurostat vandaag met een overzicht van het begrotingstekort van landen binnen de Europese gemeenschap. En de ontwikkeling van het begrotingstekort ziet er bijzonder ongezond uit, zoals blijkt uit bovenstaande grafiek.
Hieruit blijkt onder meer dat zowel Griekenland als Portugal hebben gelogen hebben over de omvang van hun begrotingstekort. Tot vandaag ging de wereld uit van een begrotingstekort voor Griekenland van 12,7% over 2009. Maar het blijkt 13,6% te zijn. En het zal weinigen verbazen als dit cijfer nog slechter blijkt te zijn.
Griekenland is hiermee feitelijk niet langer in staat geld uit de markt te halen. Want wie wil nou aan een land lenen die een wel zeer grote kans heeft om failliet te gaan? Ook het gecombineerde hulpakket van IMF en EMU zal het land waarschijnlijk niet van de ondergang kunnen redden. Met dank aan Goldman Sachs…
De belangrijkste vraag wordt zo langzamerhand wat we met de Euro aanmoeten. Want die munteenheid zou ons (volgens Zalm?) uitsluitend voordelen bieden. Maar binnen tien jaar na de invoering zitten we met een gigantisch probleem. Het is tenslotte niet alleen Griekenland dat ten onder dreigt te gaan; ook Ierland, Spanje en Portugal staan er bijzonder slecht voor.
En hoewel geen onderdeel van de eurozone is ook de UK in grote problemen. Hier bedraagt het begrotingstekort 11,5%… Bron: RecruitmentMatters
|
1603 2010: Kledingwinkels boekten over de eerste maand van 2010 een omzetmin van 8,2 procent ten opzichte van januari 2009. Dat heeft het CBS becijferd. Daarmee presteren de kledingwinkels, samen met de doe-het-zelfwinkels het slechtste van alle detaillisten. Ook de doe-het-zelfzaken noteerden ruim 8 procent minder omzet. Een lichtpuntje voor de kledingbranche vormden textielsupermarkten. Zij behaalden met een plus van 1,5 procent wel iets meer omzet dan in januari 2009.
De omzet van de Nederlandse detailhandel bleef in de eerste maand van dit jaar met 4,9 procent achter bij de omzet van januari 2009. Ook gingen er 6,2 procent minder goederen over de toonbank. |
De (post)recessie-consument koopt bewuster en is op zijn hoede. Dat blijkt uit onderzoek van EuroRSCG, dat deze maand in het Tijdschrift voor Marketing staat. Wie de sceptische consument in 2010 vaste grond onder de voeten biedt, is spekkoper. Want de consument wil voelen dat hij niet opnieuw wordt belazerd. Vijf adviezen die de marketeer in 2010 op weg helpen.
1. Minder beloftes, meer bewijs Het doen van mooie beloftes kan in dergelijke situaties wel eens averechts werken. Een achterdochtig publiek wil bewijs zien. Sinds jaar en dag is ‘the reason to believe’ natuurlijk al een verplichte paragraaf in een fatsoenlijke communicatiestrategie. Maar nu volstaat het niet meer om het bewijs te noemen, het zal geleverd moeten worden. Merken die dat aandurven, scoren punten bij een argwanend publiek.
2. Zet de spotlight op het proces Waar vertrouwen tanende is, neemt drang tot controle toe. De consument wil transparantie: is dit echt wat het lijkt dat het is? De consument van de toekomst toont een steeds sterkere interesse in het proces achter het product. 45 procent van de Nederlandse prosumers geeft aan tegenwoordig meer belang te hechten aan hoe en waar producten gemaakt zijn.
3. Laat mensen praten Mensen gaan af op de mensen om zich heen. Onze veelgeprezen individuele, onafhankelijke geest blijkt verdacht sterk te sturen door wat de massa zegt en doet. In tijden van onzekerheid is de kudde als comfortzone nog aantrekkelijker. Zeker nu instanties, bedrijven en merken zoveel aan geloofwaardigheid hebben ingeboet. 62 procent van de prosumers van Nederland heeft meer vertrouwen in consumentenreviews, dan in expertreviews.
4. Liever empathisch dan perfect De recessie heeft de consumenten doen beseffen dat hun uitgavenpatroon misschien wel meer gewicht in de maatschappelijke schaal legt dan hun stemgedrag. Midden in recessietijd, als de consument dus maximaal op z’n centen moet passen, blijkt het aantal mensen dat prijs niet het belangrijkste criterium vindt, te zijn gestegen van 46 procent begin 2008 naar 58 procent midden 2009. Veel belang wordt gehecht aan ‘een goed gevoel over het bedrijf waarvan ik iets koop’ (53 procent van de prosumers en 46 procent van de consumenten).
5. Help de ‘bewuste consument’ De recessie heeft de consument niet alleen sceptischer gemaakt tegenover de grote bedrijven en instituten. De schrale tijden van het afgelopen jaar heeft de consument ook onvermijdelijk bewuster gemaakt van z’n eigen consumptiegedrag. ‘Waar geef ik m’n geld aan uit’. Consumenten hebben langer voor het schap gestaan en zich sterker afgevraagd of ze iets echt wel nodig hebben en wat het hen waard is. Internationaal haalt 50 procent van de consumenten voldoening uit het terugdringen van hun aankopen.
Het onderzoek van Euro RSCG is uitgevoerd onder prosumers, zo’n 20 procent van de consumenten, die zich meer dan gemiddeld verdiepen in (nieuwe) producten en diensten. Dit onderzoek, gedaan onder consumenten en prosumers uit de VS, Engeland en Frankrijk, is eind 2009 aangevuld met onderzoek onder 700 Nederlandse consumenten.
Het gehele onderzoek, met commentaar van een aantal topmarketeers staat in het januari-nummer van het Tijdschrift voor Marketing, dat deze week verschijnt.
|
Marketeers moeten niet langer anderen de schuld geven voor het verminderen van de invloed van marketing en hun minder goede carrièrekansen. Het is beter dat ze een 'visionary' marketeer worden en zich actief met de bedrijfsstrategie bezighouden. Dat zegt consultancybureau Prophet.
Prophet ondervroeg 150 senior marketeers in Europa, de VS, Canada, Mexico en Azië. De ondervraagde marketeers zien in dat ze hun verantwoordelijkheden moeten uitbreiden om invloed te hebben op de bedrijfsvoering. Maar 60 procent is van mening dat ze vooral door externe oorzaken hier niet in slagen. Slechts 15 procent geeft aan dat ze ook hun eigen handelswijze moeten aanpassen.
Volgens Prophet is deze mentaliteit - de schuld bij anderen neerleggen - de voornaamste reden dat marketeers geen grotere rol in hun bedrijf krijgen.
Uit het onderzoek blijkt dat ‘visionary’ marketeers, dat zijn marketeers die de bedrijfsstrategie ondersteunen en vaak zelfs leiden, een veel betere kans hebben om uiteindelijk ceo te worden, dan marketeers die de schuld van het verdwijnen van de marketinginvloed in hun bedrijf bij anderen (IT, senior managementteam etc) neerleggen.
47 van de 150 ondervraagden zijn door Prophet bestempeld als visionair. Deze marketeers hebben een drie keer zo’n grote kans om discussies binnen het bedrijf te leiden over de bedrijfsvoering en zich met financiële zaken bezig te houden. Ze hebben vier keer zoveel kans dan de andere marketeers om betrokken te zijn bij de gang van zaken in hun bedrijf.
60 procent van hen werkt samen met de ceo of coo, 31 procent met de cfo. De visionary marketeers blijken vijf keer zo graag ceo of coo te willen worden dan de andere marketeers.
Visionary marketeers dienen financieel gericht te zijn, zegt Prophet. De beste marketeers begrijpen dat het in het bedrijf draait om winst maken.
Een aantal adviezen van ‘visionary’ marketeers:
- Het geld dat je tot je beschikking hebt, is geen marketingfonds, het is een marketingbudget. En je moet je ROI laten zien,
- Marketeers die zeggen dat het de fout van iemand anders is, zullen het niet ver schopppen,
- Als je geld besteedt, kijk dan hoe je het het beste kunt uitgeven om het bedrijf verder te helpen, in plaats van louter te kijken naar wat de beste advertentiecampagne zou kunnen zijn,
- Maak je business case zo aantrekkelijk dat je bedrijf de investering wilt doen.
|
28 12: The Wall Street Journal : Topmannen ontvangen flinke beloningen om hun bedrijf tot een succes te maken. Aandeelhouders zijn echter helemaal niet gebaat bij goedbetaalde topmannen, zo blijkt uit onderzoek. Aandeelhouders stemmen doorgaans in met een flink salaris en een aardige bonus voor de topman, in de hoop dat deze goedbetaalde CEO het bedrijf meer waard zal maken.
Voor de komende aandeelhoudersvergaderingen mogen zij zich echter eens achter de oren krabben. Bedrijven met de best betaalde topmannen, doen het slecht op de beurs. Dat blijkt uit twee nieuwe onderzoeken, waar zakenkrant The Wall street Journal over bericht. Onderzoekers van de Amerikaanse Purdue University bekeken zo'n 1.500 bedrijven tussen 1994 en 2006. De 10 procent bedrijven die hun topmannen het best beloonden, bleken wat marktwaarde betreft beduidend slechter te presteren dan hun concurrenten.
Professor Raghavendra, die het onderzoek leidde, concludeert dat de meest genereuze concerns in zijn onderzoek hun CEO gemiddeld 23 miljoen dollar per jaar betaalden. De waarde van het aandeel van zo'n bedrijf bleef gemiddeld echter 2,4 miljard dollar achter, in vergelijking met concurrerende, slechter belonende bedrijven. Anders gesteld: Voor iedere dollar die in de zak van de topman verdween, verloor een aandeelhouder 100 dollar.
Een tweede onderzoek dat The Wall Street Journal aanhaalt, bekijkt hoe hoog de beloning van een topman is ten opzichte van zijn mede-bestuurders. De Harvard-onderzoekers keken bij 2000 bedrijven welk deel van de totale beloning van de vijf belangrijkste bestuurders naar de CEO gaat. De onderzoekers noemen dit de 'CEO pay slice', die gemiddeld zo'n 35 procent bleek. Vervolgens pakten de onderzoekers de aandelenkoersen van deze bedrijven erbij. Wat bleek? Hoe groter de 'taartpunt' van de CEO, des te kleiner de marktwaarde en de winstgevendheid in de toekomst.
|
27 12: Ze stellen de lange termijn voorop, houden niet van risico's en de bedrijfsvoering is ook voor het overige vaak aan de conservatieve kant: allemaal typische kenmerken van familiebedrijven. Volgens hoogleraar Joachim Swass zijn het deze aspecten die ervoor zorgen dat familiebedrijven het in de huidige moeilijke economische tijden goed doen. 'Zeventig procent van alle familiebedrijven lijden net zo erg onder de crisis als alle andere bedrijven. Twintig procent doet 't goed, en tien procent doet het echt een stuk beter dan de concurrentie', aldus Swass.
De reden hiervoor? Simpel: de eigenaren van het bedrijf zijn ook de managers, volgens professor Schwass. Dat motiveert om de boel strak op de rails te houden. En dat uit zich weer op drie terreinen.
- Risico-management. Volgens Swass zijn familiebedrijven vaker dan andere bedrijven er verdacht op niet al te afhankelijk te worden van slechts één klant en/of leverancier.
- Diversificatie. Familiebedrijven die in meerdere sectoren actief zijn, maximaliseren misschien niet hun winst door synergievoordelen, maar verminderen wel hun kwetsbaarheid voor economische tegenwind. Het gaat immers zelden in alle sectoren tegelijkertijd slecht.
- Lagere schuldenlast. Veel grote bedrijven lenen als een bezetene om met dat geld vervolgens weer te investeren. Familiebedrijven zijn daarentegen gemiddeld genomen minder dol op een al te intens bancair geldinfuus.
Oh, en mocht het dan toch nodig worden gevonden om eigendom van het bedrijf te scheiden van het management, betaal de nieuwe leiders dan vooral niet teveel. Bedrijven met de best betaalde topmannen doen het namelijk slechter dan bedrijven met matig betaalde leidinggevenden. |
- ”Alleen kleine geheimen hoeven beschermd te worden. Grote geheimen worden beschermd door publiek ongeloof”, door Marshall McLuhan, media expert.
- De laatste Amerikaanse president die los wilde komen van de macht van de bankiers was John F. Kennedy. Hij had de staat zelf rentevrij geld laten drukken om zo de staatsschuld en de macht bij de Fed weg te kunnen nemen, maar daar werden een paar kogels voorgestoken: Kennedy werd vermoord en Johnson zijn opvolger maakte als president een einde aan het bestaan van dit rentevrij geld, meteen op zijn eerste werkdag al, hij had daar erg veel haast mee.
- De Rabobank is te groot om om te vallen. De bezittingen bedragen 121% van het nationaal inkomen.
|
16 december stond er in de Volkskrant een interessant artikel van Bernard van Praag, emeritus universiteitshoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam, over het feit dat naarmate werknemers ouder worden, hun productiviteit afneemt, terwijl zij meer gaan verdienen. Onder zijn leiding bracht in 1993 (!!) de WRR het rapport Ouderen voor Ouderen uit, waarin deze ideeën enigszins voorzichtig, maar toch duidelijk waren neergelegd. Hij refereert aan uitlatingen van minister Donner 6 december in Buitenhof. Het verhaal is eigenlijk heel eenvoudig. De arbeidsproductiviteit van het individu neemt in het begin van het leven toe door het opdoen van kennis en ervaring, maar na een zekere top, meestal ergens tussen 40 en 50 jaar, buigt dat productiviteitsprofiel om en gaat horizontaal verlopen of zelfs dalen.
De overheid is zich dat bewust, en denk mee. In antwoord voor bedrijven wordt aangegeven dat er voor oudere werknemers premiekorting mogelijk is. Voor werkgevers betekent dit:
- U mag bij de loonaangifte voor maximaal 3 jaar een premiekorting toepassen bij het in dienst nemen van werknemers die uit een uitkeringssituatie komen (met uitzondering van ziekengeld of Algemene Nabestaandenwet) en dan 50 jaar of ouder zijn. Het bedrag van de premiekorting op de totale premie werknemersverzekeringen (exclusief sectorpremies) is € 6.500 per jaar;
- U mag een premiekorting toepassen bij het in dienst houden van werknemers van 62 jaar of ouder; deze korting bedraagt € 2.750 per jaar.
- De premiekorting komt in de plaats van de premievrijstelling (basispremie arbeidsongeschiktheidswetten) op het loon van een oudere werknemer van 50 jaar en ouder die in dienst wordt genomen of van de werknemer van 54,5 jaar en ouder die in dienst is
De premievrijstelling blijft bestaan voor werknemers die op 1 januari 2008 ouder waren dan 54,5 jaar en waarvoor de werkgever de premievrijstelling al toepaste, tot hun 62e jaar. |
 De titel van het CBS artikel is: Omzet industrie klimt uit dal. En dat wordt bewezen met de volgende zin: De ondernemers in de industrie behaalden in oktober 17 procent minder omzet dan een jaar eerder. In september was de afname nog 21 procent.
Nu is met deze zin helemaal niets mis. Behalve dat in september 2008 de omzet ten opzichte van het voorgaande jaar nog met 10% was gegroeid. Een cijfer dat in oktober 2008 instortte tot 0%. Oftewel, vorig jaar oktober begon een scherpe daling van de omzet; zoals ook zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek. En bij scherpe veranderingen van een trend geeft een procentueel groeicijfer ten opzichte van een vergelijkbare maand in het vorige jaar een sterk vertekend beeld.
Zoals uit de bovenstaande grafiek blijkt, schommelt de groei van de industrie gemiddeld rond de 10% tot en met september 2008. Daarna stort de productie volledig in. En schommelt tussen de –20% en –30%, waarbij de piek in maart 2009 direct te correleren is met een duikeling in maart 2008. Vanaf april is er een gestage ‘groei’ te zien van –30% naar –20%. Oftewel, de krimp neemt af ten opzichte van de cijfers van het voorgaande jaar. Dat is daadwerkelijk positief.
Maar niet in oktober 2009! Want hoewel de lijn omhoog kruipt is dat een enorme vertekening van het beeld omdat op hetzelfde moment in 2008 de productie instortte. Het beeld van oktober 2009 is dus negatiever dan de voorgaande maanden, niet positiever. Oktober 2009 is een rampmaand voor de industrie omdat feitelijk wordt teruggekeerd naar de het niveau uit de periode januari – mei 2009!
Cijfers rondom de arbeidsmarkt kunnen op exact dezelfde manier worden ‘gemanipuleerd’. Het is daarom zaak goed te letten op de manier waarop cijfers worden gepresenteerd. Want met de juiste techniek kan je een daling zelfs omzetten in een stijging. Zoals uit bovenstaand voorbeeld wel angstig duidelijk wordt. Lees verder op Recruitment Matters |
dinsdag 8 december 2009 | Bron: Het Financieele Dagblad. Bijna één op de vijf ontslagaanvragen via de Amsterdamse kantonrechter wordt afgewezen. Het is een onbedoeld bij-effect van de aangepaste kantonrechtersformule. Volgens voorlopige cijfers blijkt dat 18% van de ontslagaanvragen die bij het kantongerecht in Amsterdam zijn gedaan, is afgewezen. Dat is 6% meer dan het jaar daarvoor. Ontslag via de rechter is altijd gezien als een dure, maar snelle ontslagprocedure, waarbij de aanvraag meestal wel werd gehonoreerd. De UWV-route is normaal gesproken goedkoper, maar moeilijker omdat een goede financiële onderbouwing nodig is. Uit de voorlopige cijfers van het UWV over 2009 blijkt echter dat de uitekeringsinstantie veel minder aanvragen afwijst (9,3%).
De oorzaak van de vele afwijzingen via de kantonrechter zou onder meer liggen in de aangepaste kantonrechtersformule. Omdat kantonrechters hun beschikkingen beter moeten motiveren, kijken zij kritischer naar de ontslaggrond, zo laat kantonrechter Gerrard Boot het Financieele Dagblad weten. Bij de nieuwe formule moet de rechter de boven- en ondergrens bepalen aan de hand van de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële noodzaak van het ontslag voor de werkgever. Hiervoor moet de rechter dus strenger naar de financiële onderbouwing kijken, met als gevolg dat de vraag of er wel of niet ontbonden moet worden actueel wordt. ‘Een indirect bij-effect', zegt Sjef de Laat, lid van de Kring van Kantonrechters over de aangepaste kantonrechtersformule. ‘Wij schuiven meer op naar de UWV-procedure, waarin de noodzaak van ontslag met cijfers moet worden aangetoond.'
|
De helft van de medewerkers die in één jaar minimaal vier maal verzuimen raken in de vier jaar daarna langdurig uit de roulatie. En 11 procent raakt zelfs helemaal arbeidsongeschikt. Hiermee is de verzuimfrequentie een goede indicator voor toekomstige inzetbaarheid. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Petra Koopmans van het Universitair Medisch Centrum Groningen. "Werkgevers moeten niet alleen alert zijn op langdurig verzuim, maar ook op frequent kort verzuim", meent zij dan ook. Niet alleen omdat de helft voor lange tijd thuis gaat zitten, ook omdat 61 procent van de frequente kort-verzuimers, dat in het jaar daarop weer is. Van de mensen die zich minder dan vier maal per jaar afmelden in het lopende jaar, zal maar 16 procent frequent gaan verzuimen.
Psychische klachten 02 12 ManagementTeam: Wanneer psychische klachten de reden zijn voor het verzuim, is er sprake van een sterk verhoogd risico op recidive. Het zijn, zo blijkt uit Koopmans onderzoek, vooral vrouwen tussen de dertig en vijftig jaar die onder depressieve klachten gebukt gaan. In het onderwijs is het verlies aan inzetbaarheid op deze gronden het grootst. Als een erkend zwaar en ondergewaardeerde sector is dat wellicht niet verrassend. Wel dat de financiële dienstverlening ook hoge verzuimpercentages door depressieve klachten kent. Meer nog dan in de zorgsector. Verder verzuimen oudere werknemers langer dan hun jongere collega's en werknemers in het mkb verzuimen langer dan die in grote bedrijven.
Risicogroepen Koopmans identificeert een aantal risicogroepen. Naast vrouwen zijn dat oudere medewerkers en vooral medewerkers in lagere salarisschalen. Voor vrouwen ligt de verklaring in het feit dat ze vaak ook grote verantwoordelijkheid dragen voor het thuisfront en dus dubbel belast worden, blijkt uit eerdere onderzoeken. Voor mensen in lagere salarisschalen geldt dat zij minder mogelijkheden hebben om hun werk naar eigen inzicht in te richten. Dit gebrek aan controle werkt depressieve gevoelens in de hand.
Volgsysteem Koopmans pleit in haar proefschrift voor een volgsysteem dat niet alleen mensen na langdurig verzuim volgt, maar ook de mensen die frequent verzuimen. Verder moet er na verzuim door psychische klachten na drie maanden een controlegesprek met de bedrijfsarts plaatsvinden en moeten deze medewerkers nog zeker drie jaar in de gaten worden gehouden. Met het vergrijzen van de beroepsbevolking en de nog steeds stijgende arbeidsparticipatie van vrouwen neemt het belang van volgen en begeleiden van risicowerknemers alleen maar toe. |
|
16 11: Nyenrode Business Universiteit ziet streven naar duurzaamheid in de breedste zin van het woord als een van de hoofdtaken voor toekomstige leiders. De huidige economische crisis toont aan dat ons economisch bestel aan een revisie toe is. Met het oog daarop start de universiteit daarom in april 2010 een programma Duurzaam Leiderschap voor Financieel Toptalent.
Ook in andere Nyenrode-programma`s wordt het Duurzaam Leiderschapselement versterkt. Prof. dr. Leen Paape RA RO CIA, Dean van de School for Accountancy & Controling, maakte dit vanochtend bekend bij de gongslag voor de opening van de Amsterdamse beurs.
Nyenrode en duurzaamheid De universiteit beschouwt duurzaamheid als het behartigen van de belangen van bedrijven op een wijze die goed is voor mens en milieu en daarmee ook voor het resultaat in de vorm van winst. Als gevolg van de huidige crisis staat de economische ordening ter discussie. Winst in financiële termen staat nu teveel op de voorgrond. De kunst is om duurzaamheid te verankeren in het doen en laten van financiële topmanagers. Dit vereist grondige kennis van en inzicht in duurzaamheid, ethiek, (financiële) prestaties en de meting daarvan en het rapporteren daarover, al of niet in een duurzaamheidsverslag.
Duurzaam leiderschap Bij sustainable business leadership gaat het volgens Nyenrode om het op langere termijn winstgevend zijn door duurzame proces-, produkt- en diensteninnovatie. De term business leadership houdt dan ook in: als organisatie voorop lopen, toonaangevend zijn in je sector. Dit vraagt om steeds meer samenwerking, binnen bedrijven en tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en overheden. De leiderschapsstijl die daarbij nodig is, is het zogenaamde light leadership; kan de leider anderen laten schijnen.
Verbeteren en veranderen van bestaand beleid vereist echter moed en nieuwe capaciteiten van (financiële) leiders. Nyenrode, als instituut op het gebied van leiderschap, vertaalt deze nieuwe capaciteiten nadrukkelijker in haar onderwijs en onderzoek. Op het gebied van onderzoek en advies heeft het Center for Sustainability van Nyenrode al een reputatie opgebouwd. De Nyenrode School of Accountancy & Controlling, marktleider op haar gebied, biedt in samenwerking met het Center for Leadership and Personal Development deze nieuwe opleiding vanaf april 2010 aan. |
16 11: AkzoNobel verlangt tegenwoordig van al zijn toeleveranciers in opkomende markten dat ze zich conformeren aan het duurzaamheidsbeleid van het concern.
De producent van consumentenverven, industrieverven en chemische stoffen gaat hierin zo ver, dat gewillige toeleveranciers worden beloond met langetermijn contracten voor de levering van hun grondstoffen, goederen en diensten. Wie niet instemt met de nieuwe mores, kan uiteindelijk fluiten naar een nieuw contract.
AkzoNobel heeft vorige week in een congrescentrum in Haarlem al zijn inkoopmanagers en de bestuurders van toeleveranciers opgetrommeld om de stand van zaken door te nemen. Het concern blijkt in de afgelopen twee jaar, onder leiding van inkoopdirecteur Ton Geurts, circa 200 toeleveranciers de maat te hebben genomen. Bron: FD, het Fiancieele Dagblad
|
16 11 Een 'white paper' 'Is duurzaamheid onverenigbaar met de groei van bedrijven?' van kredietverzekeraar Atradius, die vandaag voorgesteld wordt bij het Europese Parlement in Brussel, bevat sterke aanbevelingen voor zowel regeringen als het bedrijfsleven.
Deze 'white paper' concludeert dat de commerciële voordelen van het invoeren van duurzame processen in de bedrijfsstrategie duidelijk de kosten overstijgen.
In de aanloop naar de VN klimaattop die volgende maand plaatsvindt in Kopenhagen is de paper evenwel ook kritisch over de maatregelen die uit de vorige conferentie kwamen zoals overeengekomen in het Kyoto Protocol. Deze maatregelen zullen het gedrag van milieuvervuilende industrieën niet veranderen maar simpelweg voorzien in een 'get-out clause' om door te gaan met vervuilen. In het bijzonder beschrijft Atradius de handel in CO2 emissie als een manier voor ondernemingen om door te gaan met vervuilen, in ruil voor betaling van een vergoeding, zonder het echte probleem te benoemen - namelijk de nood aan een echte en duurzame verandering aangaande het vervuilend gedrag.
"De belangrijkste boodschap van onze 'white paper' is dat duurzaamheid geen barrière vormt voor commerciële groei, maar echt grote commerciële voordelen brengt", aldus Isidoro Unda CEO van Atradius. "Onze eigen ervaringen tonen dit aan, maar dit blijkt eveneens uit de ervaringen van andere ondernemingen die hebben bijgedragen aan ons onderzoek. Zelfs in de meest basale vorm brengt duurzaamheid substantiële kostenbesparingen met zich mee, bijvoorbeeld in de zin van energie-efficientie en recyclage. Bovendien worden consumenten zich steeds meer bewust van de noodzaak om het milieu en de planeet te beschermen en zullen zij meer en meer geneigd zijn tot het kopen van producten en diensten van bedrijven die zich 'groen' kwalificeren, en dat is goed voor de verkoop en de merkbelevenis."
|
P&O Aktueel 05 11: De economische crisis heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen naar de achtergrond gedrukt bij de HR-managers. Ondernemingen richten zich vooral op de personele kanten van de organisatie. Dit blijkt uit onderzoek van HR-adviesbureau Towers Perrin onder 72 (middel)grote ondernemingen in Nederland.
Volgens Raymond Welmers, senior adviseur bij Towers Perrin, zien HR-managers nu twee belangrijke strategische uitdagingen voor de toekomst. ‘De eerste is de bestendiging van de door personeelsreducties nieuw vormgegeven organisaties. Negen op de tien HR-managers vinden dit belangrijk. Je moet je voorstellen dat veel afdelingen binnen bedrijven het afgelopen jaar hebben moeten inkrimpen. In eerste instantie is dat kwantitatief gebeurd, maar nu moeten die afdelingen weer gaan functioneren op het oude niveau. HR is druk bezig om de kwaliteit weer terug te brengen, iets wat niet altijd makkelijk is omdat niet zelden ook de goede presteerders van een afdeling zijn vertrokken.’
Een andere belangrijke strategische uitdaging is volgens acht op de tien HR-managers het aantrekken van het juiste profiel jongeren. Doel is het bouwen aan een kwalitatief en kwantitatief juist samengestelde medewerkerpopulatie. ‘Door vergrijzing en ontgroening zal er de komende jaren een hevige strijd losbarsten om getalenteerde jongeren. Het lastige daarbij is dat jongeren op heel andere dingen afkomen dan ouderen. Zo vinden ze loopbaan- en opleidingsmogelijkheden heel belangrijk. Een bedrijf dat veel moeite steekt in een goede pensioenvoorziening, is minder aantrekkelijk. Daar geven jongeren gewoon minder om.’
Verdwijnen MVO onverstandig Dat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van de agenda is verdwenen vindt Raymond Welmers ronduit onverstandig: ‘Die crisis waar we nu middenin zitten, heeft voor een groot deel te maken met het gebrek aan MVO binnen organisaties. Het getuigt van heel korte-termijn-denken als je alleen maar snelle kostenreducties uitvoert, zonder na te denken over het bredere verhaal.’
Bovendien is het onverstandig vanuit HR-oogpunt: ‘Uit eigen onderzoek blijkt dat werknemers MVO ontzettend belangrijk vinden. Mensen zetten het op plaats drie als het gaat om hun betrokkenheid bij de onderneming en op plaats zes als het gaat om de keuze bij een werkgever te blijven. Daar ligt dus een heel mooie kans om mensen te behouden voor je organisatie.’
|
 Bruce Temkin (Forrester) heeft ten behoeve van user experience projecten deze simpele checklist gemaakt waarmee je kan testen hoe sterk de steun van een directie is voor een project of veranderingstraject. Klaar met de checklist? Dan kan je nu bepalen hoe sterk die steun is door het aantal met JA beantwoorde vragen op te tellen en de uitkomst te vergelijken met onderstaande mogelijkheden:
• Beperkte steun: 0 – 4 • Redelijke steun: 5 – 6 • Grote steun: 7 – 8
Scoor je niet minimaal een zesje dan kun je het project in de koelkast of roterend archief opbergen. Overigens kan customer experience natuurlijk vervangen worden voor elk onderwerp naar keuze. Maar het principe blijft hetzelfde. Bron: Recruitment Matters |
23 10 2009: Zestig procent van de vacatures van grote bedrijven is niet vindbaar in grote zoekmachines als Google. Dat blijkt uit de Nationale Zoekmachine Wervingsmonitor 2009 van Expand Online.
Volgens Daan Koek van Expand Online is dat een gemiste kans: ‘Uit onderzoek van Intelligence Group blijkt dat 41 procent van de werkzoekenden Google als eerste oriëntatiemiddel gebruikt voor de zoektocht naar een baan. Per maand wordt er ongeveer 8 miljoen keer gezocht op vacature-gerelateerde zoekwoorden, zo blijkt uit cijfers van Google. De voorspelling is bovendien dat Google binnen twee jaar de belangrijkste manier wordt voor een zoektocht naar een nieuwe baan. Het is voor bedrijven dus heel belangrijk dat hun vacatures ook via grote zoekmachines goed te vinden zijn.’
De vindbaarheid van een vacature hangt van een aantal zaken af, waaronder Pagerank en Linkbuilding. ‘Als je deze elementen goed op orde hebt, dan is de kans groot dat een vacature ook daadwerkelijk gevonden wordt.
Pagerank De Pagerank zegt volgens Koek iets over de belangrijkheid van de website: ‘Google waardeert iedere webpagina met een cijfer van 1-10. Daarbij kijkt het bedrijf naar een aantal zaken. Hoe hoger de score, hoe beter de vindbaarheid van de vacature.’
Websitebouwers weten vaak wel hoe ze de Pagerank moeten verhogen, maar P&O’ers kunnen er ook invloed op uitoefenen: ‘De tekst van de vacature is een van de belangrijkste elementen waar Google naar kijkt, zorg er dus voor dat de juiste termen in de tekst staan. Analyseer als P&O’er op welke woorden het meest gezocht wordt en gebruik die dan in je vacaturetekst. Cursieve tekst en titels wegen zwaarder voor Google, dus daarmee kun je extra punten scoren in de vindbaarheid.’
Linkbuilding ‘Hoe meer links er naar je website worden geplaatst, hoe beter je site gevonden wordt binnen Google. Maar zorg wel voor relevante links: een link naar je LinkedIn-profiel is relevanter dan die naar een site die niets met de vacature te maken heeft. Als P&O’er betekent dit dat je actief andere sites moet benaderen en vragen om een linkje. Het komt erop neer dat je op het internet zoveel mogelijk links moet aanbrengen naar de vacaturesites, om de vindbaarheid daarvan te vergroten.’
Betaalde zoekresultaten Google werkt ook met AdWords, dat zijn de gesponsorde zoekresultaten. Opvallend genoeg maakt maar 6 procent van de grote bedrijven daar gebruik van, zegt Daan Koek. ‘Dat verbaast ons heel erg, zeker als je bedenkt dat het een goede compensatie kan zijn voor de slechte vindbaarheid in de organische zoekresultaten. Overigens moet ik er wel bijzeggen dat het daadwerkelijke cijfer iets hoger kan liggen dan 6 procent. Het gaat dan om bedrijven die wel gebruik maken van AdWords, maar bijvoorbeeld hun zoektermen verkeerd hebben ingekocht, waardoor ze gewoonweg onvindbaar zijn. Zo komt het voor dat een bedrijf wel de woorden ‘werken bij …’ inkoopt, maar niet het woord accountmanager.’
Reactieformulier per vacature Verder blijkt dat 7 van de 50 van de grootste bedrijven van Nederland geen reactieformulier hebben staan bij individuele vacatures. ‘De aanwezigheid van een reactieformulier per vacature werkt sterk conversieverhogend. Met andere woorden: mensen laten veel eerder hun gegevens achter. Zorg er overigens wel voor dat een reactieformulier niet te lang is, want dan haken mensen algauw af.’
|
Twee jaar na onthullingen over investeringen door Nederlandse banken in foute wapenbedrijven, gaan zes grote banken hier nog steeds mee door. Dit blijkt uit een onderzoek van de Eerlijke Bankwijzer dat vandaag wordt gepubliceerd. De Eerlijke Bankwijzer is een initiatief van Oxfam Novib, Amnesty International, FNV en Milieudefensie.
In het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Profundo, is nagegaan of de banken investeerden in een aantal bedrijven waarvan vaststaat dat ze controversiële wapens produceren zoals clustermunitie en massavernietigingswapens, of dat ze wapens leveren aan dictaturen en corrupte regimes waar de mensenrechten worden geschonden. ING investeert van de 12 onderzochte banken het meest in ‘foute bedrijven’, ook met eigen geld. De bank investeert zowel in bedrijven die controversiële wapens maken, als in bedrijven die zich schuldig maken aan controversiële wapenhandel. ING is de enige bank die ook met eigen spaargeld in beide investeert. Ook Rabobank en Robeco investeren met eigen spaargeld in een bedrijf dat controversiële wapens maakt, ondanks hun intussen verder aangescherpte wapenbeleid. AEGON, SNS Bank en SNS Regio Bank hebben geen eigen geld in foute wapenbedrijven. Zij investeren wel, net als ING, Rabobank en Robeco, met hun beleggingsfondsen in dit soort bedrijven. ABN Amro, ASN, DSB, Fortis, Friesland Bank en Triodos investeren niet in controversiële wapenbedrijven: noch met eigen middelen, noch via beleggingsfondsen.
Op de website van de Eerlijke Bankwijzer kunnen bankklanten zien hoe hun bank het doet op het gebied van wapens en andere mensenrechten- en milieuthema’s. Ze kunnen hun bank ook rechtstreeks aanspreken op hun beleid. De Eerlijke Bankwijzer hoopt op deze manier banken te stimuleren om duurzamer te worden.
|
29 mei was CommOnline 2009, het ‘eerste grote event op het gebied van online communicatie voor communicatieprofessionals’. Heel basaal: (weer) leren luisteren. Maar ook: je meer verdiepen in alle nieuwe mogelijkheden en instrumenten en simpelweg weten wat je doelgroep er mee doet. Dan pas kun je realistische doelstellingen formuleren. Marshall Manson, director digital strategy bij het grote pr-bureau Edelman UK liet het publiek zien dat de communicatie op internet draait om normaal menselijk contact. Groepen mensen organiseren zich rond een bepaalde interesse. Wereldwijd, op grote schaal en niet geregisseerd!
Manson raadt aan om de menselijke maat terug te brengen in de manier waarop we communiceren. En dat begint met luisteren. Communicatieprofessionals vinden dat moeilijk, zegt hij. We zijn opgeleid om een boodschap over te brengen en die te herhalen tot iedereen het gelooft. Maar dat werkt niet: niemand vertrouwt boodschappen van een institutie. Een succesvolle online strategie ontwikkelen? Ga uit van de volgende principes:
* het internet is een conversatie * het internet is geen massamedium * vertrouw het publiek
Communicatieadviseurs moeten uitleggen waarom ze bijdragen aan de doelen van organisatie De grootste zorg van Mulder is overigens dat hij in de praktijk ziet dat communicatieadviseurs niet op strategisch niveau aan tafel zitten. Even dreigde de discussie over accountability de kop op te steken. Even later, tijdens de paneldiscussie, gaf Arné van den Boom (commercieel directeur van Zilveren Kruis Achmea) de gouden tip: “Wat communicatiemensen vaak vergeten uit te leggen, is wat de voorgestelde activiteiten bijdragen aan het realiseren van (langetermijn)doelstellingen van de organisatie. Je moet uitgaan van de strategie en de visie van het bedrijf op een termijn van 5 tot 10 jaar.”
|
Marketing Online: de meerderheid van de Nederlandse consumenten is tevreden over Nederlandse retailsites. Het meest tevreden zijn ze over bol.com, en van de onderzochte sites het minst tevreden over Bruna.nl. Zo zegt Forrester Research, na een enquête onder 1000 Nederlandse consumenten.
69 procent van de Nederlandse consumenten blijkt tevreden of erg tevreden over hun online ervaringen, 4 procent is niet tevreden of zeer ontevreden. Bol.com scoort het beste (86 procent tevreden), gevolgd door Wehkamp (76 procent), Bruna het slechtste (58 procent). Nederlandse consumenten ergeren zich echter ook, met name aan het feit dat websites het ze nogal eens lastig maken om producten te vinden. 39 procent is ontevreden met sites die de gevraagde producten helemaal niet aanbieden. Andere pijnpunten zijn lange laadtijden (25 procent) en complexe betaal- en uitcheckprocessen (24 procent).
|
Half juni verschijnt de Toolkit Duurzame Kantoren. De Toolkit is een praktische handleiding om het ontwikkelproces van een duurzaam kantoor goed en efficiënt te kunnen managen. Aanleiding voor de ontwikkeling van deze Toolkit wordt gevormd door actuele ontwikkelingen in de bouwbranche, zoals de aanscherping van de EPC voor kantoren van 1,5 naar 1,1.
De Toolkit helpt onder meer bij het formuleren van ambities in de initiatieffase, het inzichtelijk maken van de technische opbouw, energieverbruik en investeringkosten van verschillende bouwconcepten. Daarnaast biedt de Toolkit Duurzame Kantoren de nodige verdiepingsinformatie. De Toolkit geeft bijvoorbeeld inzicht in het begrip duurzaamheid en het bevat hulpmiddelen om duurzaamheid bespreekbaar en meetbaar te maken. Ook vindt u in deze Toolkit themabladen over bijvoorbeeld thermisch comfort, verlichting en eigen opwekking, toegespitst op ^duurzame kantoren, als achtergrondinformatie.
De Toolkit Duurzame Kantoren is een initiatief van Projectgroep DEPW in samenwerking met SenterNovem. De uitgave maakt maakt onderdeel uit van een reeks. Eerder verschenen de Toolkit Duurzame Woningbouw en de Toolkit Bestaande Bouw. Ook wordt nog dit jaar de Toolkit Duurzame Gebiedsontwikkeling verwacht.
|
2306 De nieuwe marketingtrend van 2009 is social network-marketing. Dat blijkt uit het grote Berenschot/MarketingTribune-marketingtrendonderzoek. Nieuwkomers in de top 10 trends onder Nederlandse marketingprofessionals zijn omgaan met budget cuts en (web) analytics. Opvallende dalers uit de top 10 zijn: duurzaamheid / MVO (van 6 naar 39) en allianties & partnerships (van 9 naar 21).
De vijf meestgenoemde trends van dit jaar zijn social networkmarketing (24 procent), 50+-marketing (19 procent), community marketing (18 procent), branding (15 procent) en omgaan met budget cuts (15 procent). Op de plaatsen 6 tot en met 10 staan trends die gerelateerd zijn aan web analytics en online marketing, elk genoemd door circa 10 procent van de deelnemers. Op hoofdlijnen concluderen de onderzoekers dat marketeers via beter benutten van social networks en online media pogen om met een kleiner budget hetzelfde (of misschien een beter) effect te sorteren.
De uitkomsten zijn afkomstig uit de zesde editie van het Berenschot-onderzoek naar trends onder marketing-professionals, dit jaar voor de tweede keer in samenwerking met vaktitel MarketingTribune. Voor het onderzoek zijn meer dan 1500 marketeers rechtstreeks benaderd; daarnaast hebben lezers van MarketingTribune en bezoekers van een aantal sites (Stichting Techniek en Marketing, Marketing Executive Center, Marketingfacts, MarketingTribune, Berenschot) de online enquête ingevuld. In totaal zijn 355 enquêtes ingevuld, waarin marketeers vijf trends konden benoemen en aangaven hoe zij hier in de toekomst mee om (denken te) gaan.
|
|
|
|
|
|